Bron HerolsmeJa, daar was ie dan. Eindelijk. Eén van de zwaarste marathons van Nederland. Maar wat maakt een marathon zwaar?Heuvelachtig? Vals plat? Weersomstandigheden? Strand? Of een combinatie ervan? Feit is dat de omstandigheden elke keer weer anders zijn. Nooit is het hetzelfde. En het is maar net hoe je die dag in je vel zit. Dat bepaald of een marathon zwaar is.

Het begint op zondagochtend om 6 uur als de wekker afloopt. Even nog de laatste spullen pakken en om 6.45 uur rijd ik weg. Weg door de mist die er was. Maar de reis loopt voorspoedig en met een uurtje sta ik in Harlingen. Hier pak ik de boot van 8.45 uur die me in ruim 2 uur naar Terschelling brengt. Onderweg heb ik een leuke gesprekspartner aan een man die de halve gaat lopen. Hij werkt in de weg- en waterbouw en de baggersector. Hij weet heel veel van dit gebied en heeft vaak op Terschelling gewerkt. Hij kan me dus erg veel vertellen over de Waddenzee etc. Erg interessant. Alleen we zagen niks door de mist. Aangekomen op Terschelling gaan we onze eigen weg na elkaar succes gewenst te hebben. Ik loop richting de Brandaris en kom in de finishstraat een weblogger tegen, Fred van der Gon Netscher – De Cultuurbarbaar. Ik tik hem op zijn schouders en zeg: Hoi Barbaar. Hij lacht en hij herkent mij direct. Hij maakt nog even een foto van me die je hieronder ziet. We praten even kort en hebben het gezellig. 

Toen verder, ik ga de sporthal maar opzoeken. Dan kom ik ook Han uit Zwolle nog tegen en we praten even kort. Het is al een drukte van belang in de finishstraat, één grote stroom lopers van de boot richting de Brandaris. Bij deze enorme vuurtoren is alles feestelijk
versierd en ik kijk wat rond. Dan gaat mijn telefoon, RunningRonald belt me. "Waar zit je?" Zegt hij. Ik zeg: "bij die boei bij de Brandaris die ik sta te bewonderen." "Dat kan niet", zegt Ronald, "want daar sta ik!" Nu is zo’n boei 5 meter hoog en 4 meter in doorsnee en we staan allebei aan een kant te bellen. Lachend loop ik om de boei heen en de begroeting is hartelijk. We duiken een café in en daar zit blogger Rencapy – Juriaan ook. We praten gezellig en drinken wat. Daarna gaan we onze eigen weg en ik loop naar de sporthal. Ik ga me omkleden en zit even te dubben wat ik aan zal trekken. Kort of lang. Ik besluit alles kort te doen. Met thermo-hemd en handschoenen. Ik voel me goed en ben van plan vol gas te geven en dan krijg ik het meestal aardig warm. Uiteraard doe ik het webloggers-shirt aan. Er zijn ten slotte een stuk of 10 bloggers op het eiland. Dan naar de start, ik twitter er nog even op los en lever mijn spullen in. Hier kom ik blogger Claudia tegen waar ik al vaker mee gelopen heb. De begroeting is hartelijk. Ook kom ik heel kort Mo nog even tegen. Maar hij heeft haast. In het startvak zie ik Ronald en Juriaan weer. Ook Hans zie ik hier. Tevens zie ik de bekende ultraloopster Gerry Visser in het startvak. We hebben lekker de ruimte en staan vrijwel vooraan. Een wedstrijdlicentie heeft toch zo zijn voordelen.

Bron Herolsme

De start gaat gepaard met een geweldig kabaal van een scheepshoorn. Publiek staat met de oren dicht zo’n herrie is het. Eerst gaat het een rondje door het dorp, het slingert door wat straatjes. Daarna gaat het een paar kilometer langs de havens. Het valt me op dat er een enorm enthousiasme heerst onder de bevolking. En overal zie je letterlijk beren. Niet op de weg, maar vlaggetjes,
afbeeldingen, grote en kleine beren op tuinhekken en aan de huizen. Na de havens komen we in een gebied met weilanden, ik zie er alleen geen bal van. De mist is te dicht. Jammer, ik heb tot nu toe geen idee hoe Terschelling eruit ziet. Het gaat richting Noord-Oost Terschelling en ik kom na een paar kilometer in een lekker groepje terecht. We zijn lekker aan elkaar gewaagd en het draait lekker. We wisselen goed de kop af en werken erg goed samen. Het gaat zo lekker dat we zeer constant een hoog tempo kunnen houden. De eerste 18 kilometer zal ik in dit groepje lopen en kilometers onderhouden van 4.35-4.37min./km. Zo supervlak en zo constant!! Als een Zwitsers uurwerk. Eén van de lopers heeft een aantal begeleiders op de fiets bij zich. Die supporten ons ook weer goed en dat werkt goed. Het gaat hier allemaal lange rechte stukken en het parcours is heerlijk vlak. Makkelijk lopen dus.

Mijn hamstrings voel ik wel, maar ik kan de lichte pijn ervan verdragen. Het lopen zelf gaat prima. Na 18km buigt het af naar Zuid-Oost en wordt het parcours anders. Het zal nu ca. 15km door de duinen gaan met heel veel op en af. Langzamerhand moet ik het groepje loslaten. Ik forceer niets en ga mijn eigen race lopen. Het op en af valt me zwaar, het breekt verschrikkelijk mijn tempo en ik heb er moeite mee. Het lekkere tempo van de eerste 18 km kan ik niet weer terugvinden. Tussen 20 en 30 heb ik heel erg moeilijk en moet ontzettend doorbijten op de venijnige hellinkjes. Andere lopers halen mij in. De kilometers gaan langzaam richting de 5 minuten. De 29e kilometer gaat voor het eerst in 5.00min. Rond de 27e kilometer hoor ik een bekende damesstem achter me zeggen: "Heb je nu nog die handschoenen aan? Heb je het koud ofzo?" Claudia loopt langzaam op me in. Ze draait lekker en gaat me voorbij. Vrij snel zie ik haar verdwijnen in de mist. Ik doe geen moeite te versnellen. Het lukt hier gewoon niet. Eigen tempo draaien. Ik kan wel steeds blijven hardlopen, wandelen is er niet bij. Toch laat ik het positieve prevaleren en ga weer aftellen in de kilometers, dat helpt altijd goed en je "vergeet" in feite dat je ergens in de 30kilometer aan het lopen bent. Na 30km gaat het weer wat beter, ik stabiliseer wat en bij 33km doemt ineens de steile duinopgang op. Ik verklein mijn pas en dribbel het enorme duin op. Ik houd lekker tempo en ben vlot boven.

In de klim haal ik nog wat mensen in. Zo steil omhoog, zo steil gaat het ook weer naar beneden. En het is glad door het zand op de beton. Ik heb hoge snelheid en heb moeite op de been te blijven. Mijn bovenbenen piepen en knarsen. Voordeel is wel weer dat je snel beneden bent. Het gaat allemaal goed en dan is daar ineens: Het strand!! Na de betonnen platen eerst een heel stuk met mul zand, dan volgt een stuk met hard strand. Dan weer een stuk mul, dan weer hard. Het is nergens gelijk. Ik volg de lopers voor me, verder is er niets te zien. We moeten de rode vlaggen volgen. Die staan om de 300 meter, maar het zicht is slechts 100 meter!! Gelukkig zijn er de lopers voor me. Alleen, ik draai zo lekker op dat strand dat ik veel lopers inhaal. En op een gegeven moment
zie ik niks meer voor me. Geen loper, geen vlag. De duin zie ik vaag links, de zee hoor ik rechts. Ik probeer maar zo veel rechtdoor aan te houden, voetstappen in het zand te volgen.

Bron Herolsme

En ondertussen kan ik toch lekker doorrammen. Meer lopers haal ik weer in. Ik zie fotografen, hulpdiensten, supporters, politie. Stuk voor stuk doemen ze uit de mist op. Eindeloos duurt het strand. Net of je in een spookhuis loopt. Vooruitlopen zonder iets te zien.
Aan de waterlijn is het zand hard, zeiden ze nog. Maar ik durf er niet naar toe. De mist is zo dicht dat ik bang ben om dan te verdwalen en de duinopgang niet weer te vinden. Eindelijk bij ongeveer 36km buigt het af naar links en gaat het weer een duinopgang op. Een moeilijk en zwaar stuk. Het gaat omhoog, het zand is mul en duurt lang. Ik stamp met korte pasjes en op de voorvoeten naar boven. Wel veel enthousiast publiek hier. Ik neem de tijd en het gaat goed, toch vlot ben ik boven. Dat lopen op de voorvoeten in mul zand had ik een poosje geleden van iemand gehoord en dat werkt erg goed. Je staat dan veel stabieler in het zand dan wanneer je de normale afwikkeling van je voet doet. Dan "dwarrelt" je voet overal naar toe. Op de duinopgang staat letterlijk de man met de hamer. Ik lach hem uit met zijn grote hamer en ik denk, pak jij vandaag maar iemand anders, maar mij krijg je niet. De verzorging is goed. Na de duinovergang staat er weer een aantal drinkposten die zeer uitgebreid zijn ingericht. Water, sportdrank, thee, diverse soorten fruit etc. Verder gaat het weer. Nu komt weer een lastig stuk. Beter bekend als "The long way". In haast één rechte streep gaat het zo’n 5km door het bos en dan geleidelijk aan omhoog. Gemeen vals plat dus.

Ik haal nu weer mensen in. Ik kan aardig tempo houden op zo’n 5.00-5.15min./km. Ik hoef nooit te wandelen. Ik trap door de pijn van de laatste kilometers heen en ga weer door. Het is nu aftellen. Mark de Boer komt me nog als een TGV voorbij en we wisselen nog wat woorden. Wat een snelheid. Pfoee!! Met mij gaat het goed en ik blijf lopen. Afzien en aftellen. Bij 41 km kom ik het dorp in en daar staat de eerste speaker. Van ver hoor ik het kabaal al en met geweldig veel herrie word ik bij mijn naam genoemd en staat iedereen mij geweldig aan te moedigen. Zo wordt elke loper binnengehaald. Het gaat nu nog een rondje door het dorp, wat draaien en keren in de laatste kilometer. Veel publiek hier en ik zet nog eens aan. Dan de laatste keer rechtsaf. De winkelstraat in. Ik pers er nog een laatste kilometer van 4.54min. uit. De laatste meters gaat over de rode loper. Geweldig!! Heel veel publiek hier dat enthousiast staat aan te moedigen. Het is werkelijk een feest hier voor de bevolking. Iedere loper krijgt heel veel aandacht en wordt met veel kabaal binnengehaald. De speaker bij de finish noemt mijn naam nog een keer en ik finish in 3.23.58. Ik ben erg tevreden. Op dit parcours, die tijd!! Wel heb ik het koud gekregen. Ik voel het niet echt, maar mijn benen kleuren rood. Ik haal snel mijn spullen op. Ik zie Claudia nog even en even later kom ik Mo tegen die vlak achter mij finisht.

© Kees van de Wetering – IJsselmuiden / http://keesvandewetering.web-log.nl