De 120 van Texel

20130408StartDonkerToen ik een aantal jaren geleden eindelijk volwassen genoeg werd om te begrijpen dat er een heel mooie en leuke loopwereld na de marathon is, hoorde ik iedereen praten over de fantastische maar o zo zware 60 van Texel. Daar moest ik dus bij zijn. In 2007 heb ik de grote reis van het diepe zuiden naar het hoge noorden ondernomen.

Zwaar onder de indruk en bang voor wat mij te wachten stond ben ik toen op de 60 gestart. Heel bewust heb ik met de rem vast aangetrokken gelopen. Uiteindelijk kwam ik totaal ontspannen als nummer 30 in 5:15 over de meet. Ik vond het inderdaad een schitterende loop en heel eerlijk gezegd vond ik het toen wel meevallen qua zwaarte. Maar goed, dat vind je natuurlijk altijd als je ergens fit aan de finish komt. Naast het werkelijk prachtige eiland heeft tijdens die loop nog iets op mijn een onuitwisbare indruk gemaakt: ik haalde rond kilometer 45 (voor hun dus na 105 kilometers) twee giganten van lopers in. Mannen die zeer snelle tijden op de 100K gehaald hadden, bij grote zware internationale wedstrijden op het podium gestaan hadden en zo immens sterk waren dat het woord giganten nog veel te zwak is.

Dit waren twee van mijn helden, mannen waar ik later nog regelmatig na afloop van een loopje mee heb staan keuvelen. Zij reeds lange tijd gedoucht en ik net over de finish gestrompeld. En die mannen waren allebei zo total-loss dat het niet te beschrijven was. Er was helemaal niets meer over van die mannen. Dit heeft een indruk op mij gemaakt die ik nog steeds meedraag. Wat gebeurt er in Texel met je in die tweede ronde ? Dit wilde ik dus weten en ervaren. Bevatten kon ik het echt niet.

20130408TexelHuisjes_bronArievanHouwelingen

Daarom heb ik toen besloten om, als ik er rijp voor was, te zorgen dat ik aan de kwalificatie-eis zou gaan voldoen en dan aan den lijve te ervaren wat er met je gaat gebeuren. Omdat ik boven verwachting in het najaar van 2009 ruimschoots aan de eis voldeed zou het dus in 2011 gaan gebeuren. Ik heb zelden zo serieus getraind als voor Texel 2011. Ik ben ook zelden zo sterk geweest. Gelukkig zegt dat helemaal niets. Om een lang verhaal kort te maken op donderdagavond ben ik voor de gezelligheid nog even een kilometer of 10 met de mannen gaan uitlopen.

Zoals voor mij gebruikelijk ben ik na een kleine 2 kilometer even gaan plassen. De mannen zijn door gegaan om mij de mogelijk te geven om een tussensprint in te zetten. Omdat ik niet precies wist welk bospaadje ze genomen hadden heb ik met een behoorlijk hoge snelheid het oversteken van een drukke straat gecombineerd met het indraaien van een pad en ben in een gat terecht gekomen waarbij ik mijn enkel behoorlijk verdraaid heb. Of het tranen van pijn of frustratie waren weet ik niet maar dat doet er niet toe. Het was mis en de enkel was binnen een paar minuten heel dik. Nadat ik mijn schoen met veel moeite uit gekregen had kreeg ik hem absoluut niet meer aan. Uiteindelijk kon ik maandagnacht met veel moeite vlak voor de start mijn schoen weer aantrekken. Gelukkig waren de veters lang genoeg om ze nog te kunnen dicht knopen.

Uiteraard had ik niet moeten starten maar sinds wanneer doet een loper dingen die verstandig zijn? Zo goed als het ging heb ik het eerste rondje mee gestrompeld. Na 50 kilometer werd mij duidelijk dat als ik dat nog lang zou doen ik wel heel lang niet meer hoefde te lopen en ook dat ik waarschijnlijk precies 6:02 over de eerste 60K zou doen. Ik zou dus midden in de start van de 60K lopers terecht komen. Daar had ik even geen zin in. Daarom ben ik toen even in de duinen gaan liggen en netjes in 6:08 over het keerpunt gelopen. Vervolgens heb ik mijn startnummer ingeleverd en ben met mijn kinderen in het subtropisch zwembad gedoken.

20130408Texel

Inmiddels zijn we weer 2 jaar verder. Lopen vind ik nog steeds geweldig maar ik moet wel toegeven dat de sporen van het jarenlang mishandelen van dit lichaam, dat niet echt gebouwd is om te lopen, zijn sporen achtergelaten heeft. Mijn conditie is nog steeds erg goed, mijn spieren ook; maar mijn pezen en gewrichten hebben hun beste tijd gehad. Op zich niet vreemd dat na meer dan 350 keer het volbrengen van de marathonafstand of meer door een mannetje van rond de 100 kilo op misvormde voeten en vergroeide en kapotte enkels de pezen en gewrichten ietwat van hun souplesse inleveren. Daarnaast wil ik ook rustig de tijd hebben om te genieten van al het moois wat ik tijdens een loopje tegenkom. En heb ik eigenlijk helemaal geen zin meer om mijn loop te laten regeren door tijdslimieten. Ik wil tegen mezelf lopen en niet tegen een klok. Kortom ik had besloten dat ik nog één keer aan de start zou staan van deze schitterende 120 K en dat het dan genoeg geweest was. Uiteraard zou ik niets liever willen dan deze 120 wel te finishen……..

Om dit mooie afscheid nog mooier te maken had mijn vrouw, maatje, steun en toeverlaat en de moeder van mijn geweldige kinderen aangegeven dat zij mij dan op de fiets zou begeleiden en verzorgen. Ik heb trouwens geen moment gedacht dat zij mee wilden om er zeker van te zijn dat ik ook echt mijn laatste grote ultra zou lopen. Ik vond dit echt grandioos. Dit was de eerste keer dat zij zo’n heel avontuur zou mee maken, ook vond ik het wel een beetje beangstigend. Want tijdens zo’n loopje zijn er toch wel momenten dat je even helemaal kapot zit en dat zijn over het algemeen niet de mooiste aanblikken voor je naasten. Van de andere kant: mijn gezin is wel vaker mee geweest naar stadsmarathons en dan hebben zij terwijl ik aan het lopen was mijn creditcard uitgelaten en als ik dan later de afschriften zie binnen zag komen trok ik ook dezelfde grimassen als bij het afzien tijdens een loop.

Toch was er nog een klein puntje van zorg: 120 kilometer lopen is goed te doen maar 120 kilometer fietsen kun je bijna niemand aandoen. Sterker nog daarvoor moet je wel serieus trainen. Gelukkig is daar ook een oplossing voor gekomen: ik denk dat mijn vrouw het heel vervelend vond dat zij te vaak thuis weg was om op de fiets te trainen. Daarom is er maar een elektrische fiets aangeschaft.

Toen wij vorige week bezig waren met de voorbereiding voor het weekendje Texel realiseerde ik mij ineens dat die fiets ook mee moest. Creatief als ik ben stelde ik dan ook voor dat mijn vrouw met de fiets zou gaan. Ook al heb ik uitgelegd dat het een geweldig kans was om zo, zonder noemenswaardig inspanning, bijna heel Nederland te zien en dat het ook erg goed voor het milieu was is dit ook weer een van de vele briljante ideeën die in de prullenbak beland is. Plots herinnerde mijn zoon zich dat wij ooit ergens een fietsrek voor op de achterklep van de auto gekocht hadden. Kortom ik had er weer twee uitdagingen bij: 1. dat ding zoeken en 2. dat ding op de auto monteren.

Toen ik uiteindelijk uitdaging 1 getackeld had kreeg ik er een nieuwe bij. Zo te zien kwam het van IKEA en had ik dus een handvol schroeven, wat stangetjes en een aantal touwtjes. Na een paar vloekjes een wat andere valse startjes had ik iets geproduceerd waar ik er trots op was. Vreemd genoeg leek het helemaal niet op de fietsdrager zoals hij op de website van de fabrikant stond. Omdat ik een volgzaam type ben, heb ik uiteindelijk toch maar besloten om iets te bouwen wat redelijk op het plaatje op de website leek. Voor de notulen: mijn creatie was veel mooier. Toen ik op de website was ben ik trouwens ook maar eens gaan lezen wat er naast de plaatjes stond. Mij viel op dat het rek niet te gebruiken was voor elektrische fietsen en ook niet voor damesfietsen. Omdat ik door mijn wiskundige achtergrond weet dat min + min plus is, wist ik dat er dus geen probleem was.

Toen ik probeerde om de fiets op het rek te hangen wist ik opeens waar de opmerking niet geschikt voor damesfietsen vandaan kwam. Los van het feit dat ik inmiddels ontdekt heb dat er honderden manier zijn om een fiets op een stang te hangen was ik toch blij dat ik ergens las dat er een adapter te koop is om een damesfiets mee aan een fietsrek te hangen. Bij komende voordeel is ook dat ik vrijwel alle fietsenzaken, auto-onderdelenshops en garages in Zuid-Limburg heb mogen bezoeken voor ik uiteindelijk zo’n ding had. Maar het werkt perfect.

Uiteindelijk had ik nog ruim 5 minuten om wat loopkleren op de achterbank te gooien en konden we op weg naar Texel. Ondanks een paar hevige sneeuwbuien onderweg verliep die reis zeer voorspoedig.

Maandagmorgen om 4:35 zou het feest beginnen. Omdat in de nacht van zaterdag op zondag de zomertijd inging was het eigenlijk niet de moeite om nog naar bed te gaan.

Ik had heel lang nagedacht over mijn kledingkeuze. Heel bewust wilde ik dezelfde broek dragen die ik ook in 2007 in Texel gedragen had. Dat was ook de broek die ik aanhad toen ik de derde plaats behaalde in de MUM en waarin ik mijn pr’s op de marathon en op de 50 en 100K gehaald had. Daarnaast heeft die broek er ook voor gezorgd dat ik op tv gekomen ben. 6 dagen na de 60 van Texel was de marathon van Rotterdam. De beroemde editie van 2007 die gestaakt is door de hitte. Tijdens die editie liep er fris fluitend een malloot in een lange broek over de finish. Dat was dus goed voor een heel grappig interview en een paar schitterende plaatjes.

20130408StrandTexel_bronArievanHouwelingen

Omdat dit de broek was die mij veel succes en nog veel meer plezier gebracht heeft dacht ik dat dit de logische keuze was voor mijn afscheidsloop. Toen ik om 3:15 bij -3 graden in de koude wind het ijs van de ramen van mijn auto aan het krabben was begon ik hier aan te twijfelen. Maar omdat geen andere broek bij mij had, had ik niets aan twijfel……

De start van de 120 in het donker is een belevenis op zich. Het kleinschalige, de sfeer, de nacht, de voelbare spanning: grandioos. En daar sta je dan als talentloze amateur tussen de allergrootste mannen en vrouwen uit Nederland en België. Je kunt zomaar iets zeggen tegen lopers die je zo bewondert. Sterker nog, ik kreeg de unieke kans om een geintje uit te halen met Jan-Albert Lantink……..

En dan gaat het de nacht in. Je ziet de maan en de lampjes van de fietsen voor je. Je bent alleen en toch weer niet. Je ruikt en voelt het eiland, je weet wat er gaat gebeuren. Zonder dramatisch te doen: je leeft en geniet. Mooier kan niet. Daar doe je het voor. Zo moet lopen zijn.

Uiteraard liep ik helemaal achteraan. Dat is trouwens niet helemaal waar: er waren een paar lopers die de voordelen van mijn stevige bouw op waarde konden schatten en de eerste twintig kilometer precies een halve meter achter mij liepen om daar optimaal van te genieten. Binnen 3 kilometer wist ik trouwens dat mijn favoriete broek mij vandaag de das zou omdoen. De ijzige wind ging helemaal door mijn broek heen een mijn bovenbenen werden ijs- en ijskoud. Kou is niet erg maar de spieren werden zo stijf en begonnen binnen een half uur onbeschrijfelijk pijn te doen. Pijn is tot daar aan toe, en hoort bij dit soort feestjes maar dit zou op een drama uit draaien.

Iedere stap was voelbaar, het kostte moeite en deed pijn om de kilometers onder de 6 minuten te houden. Gelukkig was er de schoonheid van het eiland om mij te laten doorgaan. Het opgaan van de zon achter de vuurtoren. De contouren van Vlieland die zichtbaar werden. De rijp en het ijs. De stilte en de voelbare kracht van de natuur. De mist die over de duinen hing. Het is niet te beschrijven, maar ik heb het ervaren en niemand neemt mij dit af. En voor mij was het ook geweldig dat mijn vrouw ook onder de indruk kwam van de intense schoonheid en begon te begrijpen waarom ik zo verslaafd ben aan mijn natuurtochten.

Maar eerlijk is eerlijk ik had het ook gehad met het afzien. “Vroeger” kende ik het woord opgeven niet, er was maar een plaats om uit te stappen en dat was op de finish streep. Legendarisch is de opmerking van een Duitse loper. Ik had tijdens de zesde dag van een zevendaagse loop een zeer zware blessure opgelopen. Lopen ging de zevende dag zeer moeizaam en was erg pijnlijk. Het was ook goed te zien dat het amper nog ging. De organisator adviseerde mijn ook om dan maar in de volgwagen te stappen. Een loper die dit hoorde zei: “Er is maar een wagen waar je Henk tijdens een loop in krijgt en dat is een lijkenwagen.” Maar die tijd is definitief voorbij; ik kan het niet meer opbrengen om tot of eigenlijk over het gaatje te gaan. De laatste tijd vind ik het snel goed geweest.

Kortom ik wist het: ik ga tot het 60K keer punt en dan is over en sluiten. En zo geschiedde het. Na iets meer dan 6 uur was het voor mij genoeg. Ik heb genoten en van de aanmoedigingen van vele bekenden, die net op de zestig gestart waren en mij toen tegemoet liepen, mijn persoonlijk afscheidsfeestje gemaakt.

© Henk Geilen